Blues in de Rock & Roll

Tussen liefhebbers van blues en rock & roll bestaat er niet altijd evenveel waardering voor elkaars muziek.
Dat is vreemd, omdat er tussen beide muzieksoorten veel raakvlakken zijn en veel aders van de blues verbonden zijn met die van de rock.

In dit artikel willen we een aantal blueshoogtepunten belichten van artiesten die in het 'vakje' van de rock and roll thuishoren, en die daardoor voor de meeste bluesliefhebbers onbekend zullen zijn.

Elvis Presley is een hoofdstuk apart en zal daarom hier buiten beschouwing blijven.

Misschien wel het allerkrachtigste bluesnummer ooit opgenomen, is het bekende “Milk Cow Blues”, maar dan in de uitvoering van EDDIE COCHRAN.
Eddie's versie is compleet anders dan de rockabilly versie van Elvis Presley, maar is minder herkenbaar door de melodie dan door de tekst. Eigenlijk is het een compleet nieuw nummer geworden.
Eddie's rauwe stem en doordringende gitaar, bovenop een zeer solide 'bed' van drums, bas en piano, maken het geheel tot een ijzingwekkend gevoelvol bluesnummer.
Extra spanning in het nummer wordt veroorzaakt doordat er twee “breaks” in zitten, waar de zang van Eddie alleen wordt begeleid door de basdrum, die het ritme blijft aangeven.
Milk Cow Blues is in 1959 opgenomen en is voor het eerst uitgebracht op de LP “Never To Be Forgotten”, die uitkwam na Eddie's overlijden in 1960.
De bekende hit van Eddie Cochran, “Summertime Blues” is meer rock dan blues, ondanks de titel.
Eddie heeft enkele instrumentale bluesnummers opgenomen, die duidelijk zijn genialiteit als gitarist demonstreren: “Eddie's Blues” en “Strollin' Guitar”.

Ook JERRY LEE LEWIS heeft een paar zeldzaam sublieme bluesnummers geproduceerd, waaronder “Hello Hello Baby”.
Het is Jerry's eigen bewerking van “Big Legged Woman”, dat hij ook onder de oorspronkelijke titel opnam en met voor die tijd schunnige tekst, waardoor het pas veel later op plaat verscheen.

BUDDY HOLLY maakte een langzame en bluesy versie van Little Richards “Slippin' and Slidin”. En “Mailman Bring Me No More Blues” is ook het vermelden waard. Maar pure bluesnummers kan men ze ook weer niet noemen.

CHUCK BERRY daarentegen hoef ik nauwelijks aan te prijzen als blueszanger, zijn kwaliteiten op dat gebied zijn alom bekend.
Ik wil dan ook slechts drie opnames uit zijn begintijd vermelden, waarmee hij, naar mijn mening, zijn naam als bluesgrootheid voor altijd heeft gevestigd.
“Deep Feeling”, de achterkant van Chuck's eerste single, is een instrumental gespeeld op bottelneck gitaar met een intensiteit die hij later nooit meer heeft geëvenaard.
“Wee Wee Hours” en “Wee Hour Blues” zijn dezelfde nummers, alleen is de eerste een stevigere uitvoering van het uiterst gevoelvol gezongen en gespeelde Wee Hour Blues.
De laatste staat op de LP “Fresh Berry's” en de eerste op “After School Session”.

LITTLE RICHARD's bijdrage aan deze blueshoogtepunten bestaat uit het indrukwekkende “Going Home Tomorrow”, waarin Jimi Hendrix overigens gitaar speelt.

BO DIDDLEY heeft, evenals Chuck Berry, zijn platencarriëre te danken aan het Chess-label. Ook Bo heeft een aantal fraaie staaltjes van pure blues op zijn naam staan.
“Before You Accuse Me”, “500% More Man” en “Bo's Blues” zijn drie van zijn sterkste.

BILL BLACK'S COMBO is nauwelijks bekend bij bluesaanhangers. Toch kan de instrumentale muziek van Black en zijn band op het HI-label voor meer dan 50% tot de blues gerekend worden.
Ik noem hier dan ook maar één single: “Peg Leg” en één LP: “Bill Black Plays The Blues”.

Nu we toch bij de instrumentalisten zijn aangeland, gaan we meteen door met pianist FLOYD CRAMER, die ook prachtige bluesplaten maakte, zoals de LP “Hello Blues”.

DUANE EDDY's bluesopnamen zijn zonder twijfel geniaal te noemen. Er zit een ongekende volmaaktheid in het nummer “Three-30-Blues”, vooral voor wat betreft het (twangy)gitaar- en pianospel.
Die perfectie strekt zich ook uit tot de opnametechniek van twee 'achterkantjes' van singles: “Stretching Out” en “Joshin'”.
Elke bluesmuzikant die deze drie opnamen nog nooit heeft gehoord, weet niet wat hij mist.