3-DIM 1967-1968

Als er één ding is dat ik zonder aarzeling over mezelf kan zeggen is dat het mij niet ontbreekt aan ideeën en plannen. Een succesvolle ondernemer moet echter over heel wat meer capaciteiten beschikken, en daarvoor zoek ik dan naar een zakenpartner die de ontbrekende eigenschappen kan invullen.

Al tijdens mijn diensttijd voer ik lange gesprekken met Henry Oostendorp - manager van de beatgroep The Spurs - om samen een nieuw bedrijf op te zetten. Mijn bedoeling is dat Henry veel voorbereidend werk verricht in Almelo, zodat we na mijn dienstperiode direct aan de slag kunnen. Dat Oostendorp blijk geeft over weinig tot geen initiatief te beschikken, levert bij voorbaat al ergernis van mijn kant op en had een teken aan de wand moeten zijn.

Mijn lijst met geplande bedrijfsonderdelen bevat 14 zaken:
Opname-studio; Discotheque; Impresariaat; Management; Reclame-afdeling; Organisatie-bureau; Talentscout; R&B-club; Theater-bureau; Muziek-tijdschrift; Advies-bureau; Amusements-groep / Beatshow; Artiesten-arbeidsbureau; Omroep.

Inderdaad, zeer ambitieuze plannen en ideeën allemaal. Toch zijn de meeste in een of andere - meestal zeer bescheiden - vorm gerealiseerd.

3-DIM

3-DIM

Op 6 september 1967 keer ik terug uit militaire dienst. Op 11 september bezichtig ik kantoorruimte in Almelo. Op 15 september teken ik het huurcontract. Op maandag 18 september start ik met Organisatie-bureau "3-DIM".

Mijn ideeën voor een overkoepelende organisatie voor alle beatbands en artiesten in Oost-Nederland zijn meer gestoeld op idealisme dan op commercialisme. Veel bands zien wel wat in samenwerking en meer ondersteuning, zonder het gevoel te hebben alle inkomsten te moeten afstaan aan een op geld beluste manager of onderneming.

Exclusieve groepen

Ook al doordat ik goede contacten heb met een aantal bands, bijvoorbeeld door hun deelname aan de Double Dee Shows in Rijssen, laten ze weten graag te willen meedoen. Bovendien kunnen ze zelf bepalen of ze hun boekingen exclusief door mij laten doen of dat ik aanvullend voor ze werk.
Het lijstje met exclusieve groepen omvat: The First Move, The Gamblers, The Ronal Four, Underground Team, Blitz, The Havock's en Charlie Hobsons Bottle Neck.

The First Move

The First Move uit Enschede heeft in 1967 net haar eerste single uitgebracht met twee bruisende Rhythm & Blues nummers, op het Philips label. De band heeft potentie voor een professionele muziek-carriére en wordt daarom door mij extra gepromoot. In totaal worden er door de groep vijf singles opgenomen, die helaas niet echt veel aandacht trekken in de wereld.

N.B. De drukker die het briefpapier maakte heeft eigenmachtig mijn tekst gewijzigd. Hij meende dat 'impresariaat' met een dubbele 's' moest. Ergo, hij kon alles opnieuw drukken.

3-DIM presenteert

Rino Club en 3-DIM

In samenwerking met bestaande clubs als Rino Club, Oase Club en uitgaanszalen in Almelo en omgeving, laat ik "mijn" bands er regelmatig optreden. De Oase Club zit in hotel-restaurant De Kei en wordt bestuurd door Gerard Buursink, die ook uitbater is van cafe 't Botervat naast de HEMA in Almelo.
Buursink en Oostendorp trekken veel met elkaar op, en ze hangen nogal eens rond in mijn kantoor annex woning aan de Grotestraat. De meeste wérkzaamheden laten ze echter door mij verrichten, en de samenwerking zal dan ook niet lang meer duren.

De Kweenie Klub

Nieuwe Beatclub

In november laat ik The Spurs en Penny Wilson optreden in Zaal Meere te Borne. Het is tevens de start van mijn R&B/Beatclub. Maar de club moet nog een pakkende naam krijgen. In het weekblad Donald Duck las ik eens dat Goofy zegt "kweenie" ('ik weet het niet'), en dat lijkt me wel een mooie naam voor de nieuwe club.
Op 9 december open ik officieel de Kweenie Klub. Als openings-attractie treedt The First Move op, met als voorprogramma Underground Team uit Lochem. Voor de zondag erna heb ik de "Super Soul Show" bedacht, met Underground Team, de groep Soul uit Hengelo en als klapstuk de groep Mr. Boo Boo's Steel String and Brass Band, een enorme band uit Almelo.

De Beat en de Rhythm & Blues blijken het niet zo goed te doen in Borne, en in januari 1968 schakel ik over naar rustige dansmuziek. Het Starlight Trio dat ik voor 14 januari heb geboekt, bestaat uit de saxofonist van The Flying Arrows - de Indo-rock groep uit Rijssen bestaat inmiddels niet meer - en twee andere musici.
De Kweenie Klub gaat verder in het Sluitersveldgebouw in Almelo, en is elke zaterdagavond geopend. Ik laat er onder andere optreden: Charlie Hobsons Bottle Neck, The Ronal Four en The Havock's.

Beat-nijd

Beat-Nijd

De samenwerking met Oostendorp en Buursink is omgeslagen in tégenwerking. Op de openbare plakborden in Almelo wordt alle ruimte brutaalweg in beslag genomen door de activiteiten van het tweetal en zo worden wij gedwongen om over hun plakkaten heen te plakken. Dit resulteert in fysieke aanvallen en pogingen tot doodslag met behulp van het automobiel van O. We doen daarvan aangifte bij de politie, en het Dagblad v.h. Oosten weet er een grappig stukje van te maken.
De initialen in het artikeltje staan voor: Peter Lankamp, Dick Waanders, Gerard Buursink en Henry Oostendorp.
Peter Lankamp is een onbezoldigde medewerker, vriend en tevens bandlid van Out '66 en A Taste Of Honey.

Meer plak-ellende

Plakellende

In december zijn we met vier man bezig om affiches op te hangen in Hengelo. Mogelijk hebben we ergens geplakt waar dat niet is toegestaan. Als we worden aangehouden door een politieagent, lopen we alleen maar over straat met onze plakspullen. Toch neemt de agent de vrijheid om onze materialen te confiskeren. En ik word natuurlijk aangemerkt als bendeleider, gezien bovenstaand epistel. Ik hoor er verder niks meer van, maar dat kan ook komen omdat ik de agent niet heb verteld dat ik nu in Almelo woon.

Verkassen

Mijn activiteiten leveren bij lange na niet voldoende inkomsten op om zelfs maar de schulden te kunnen betalen, laat staan er ook nog van te kunnen leven. Het is duidelijk dat ik vooraf geen gedegen ondernemersplan heb gemaakt en kosten en baten niet tegen elkaar heb afgezet. Ik heb weliswaar heel wat bands kunnen boeken in de regio, maar het percentage dat ik mijzelf toebedeel is te gering om er iets aan te kunnen overhouden. Ik ben dan ook gedwongen om al binnen een half jaar de bakens te verzetten.
Gelukkig vind ik al snel een baantje bij Muziekhandel Tonnema in Hengelo, waar het salaris karig is, maar waarmee ik weer een financiële basis heb.
Mijn collega daar, die er al langer werkt, blijkt in zijn vrije tijd road-manager (sjouwer) van de populaire band Faghm te zijn. Zodoende hebben we genoeg stof om over te praten als we samen in de werkplaats bezig zijn.

Mijn dromen die ik in Almelo niet heb kunnen verwezenlijken blijven mij wakker houden, en ik weet mijn collega zo ver te krijgen dat hij meefilosofeert over het bouwen aan een gezamelijke organisatie ten bate van de bands in de regio. We vragen zelfs voorzichtig aan de baas of we een telefoonaansluiting kunnen krijgen in de werkplaats, maar dat ziet hij volstrekt niet zitten.