Double Dee (2)

Elektriciteit

Mijn leven als teenager en als puber ging ook beslist niet over rozen. De generatiekloof tussen mijn ouders en mij werd steeds groter. Mijn vele hobby's en activiteiten leden daar soms wel onder. Toch ging ik onverdroten voort met de dingen die ik leuk en noodzakelijk vond. Steeds grotere delen van het huis werden dan ook door mij in beslag genomen. In de kelder bijvoorbeeld hadden mijn broer en ik een "donkere kamer" gemaakt waar we zelfgemaakte foto's ontwikkelden en afdrukten. Dat groeide zelfs uit tot een ontwikkel- en afdrukcentrale voor de hele buurt, voor familie, vrienden en kennissen.

Met elektriciteit had ik al vanaf mijn vierde jaar een innige relatie. Op die leeftijd klom ik namelijk op een stoeltje en stak een speld in het stopcontact bij de keukendeur, waarna ik ruggelings achterover van het stoeltje af werd geslagen door de schok. Mijn moeder zat er bij en schrok zich wezenloos. Niet voor de laatste keer trouwens.
Bij het bouwen en gebruiken van de donkere kamer, zo'n tien jaar daarna, had ik nog niet voldoende geleerd hoe gevaarlijk stroom kan zijn. Voor de hele stroomvoorziening in de "kelder-doka" had ik een dun "tweelingsnoer" langs een stenen muur gespijkerd met behulp van ijzeren krammetjes.
Binnen de kortst mogelijke tijd stond de hele, vochtige kelder dan ook onder stroom en kreeg ik een schok als ik de muur aanraakte. In de doka had ik een open verwarmingsspiraal boven de vloeistofbakken hangen, om deze chemische baden op de juiste temperatuur te brengen. Als de vloeistoffen naar mijn zin niet snel genoeg opwarmden, dan pakte ik soms de bakken op en hield ze zo dicht mogelijk bij de brandende verwarmingsspiraal. Daarbij heb ik me bijna eens geëlectrocuteerd omdat ik per ongeluk mijn duim in de vloeistof hield en zó dicht bij de verwarming kwam dat de spiraal de vloeistof raakte! Wéér 220 Volt door mijn lichaam.

Mijn slaapkamer begon zo langzamerhand te veranderen in een chemisch laboratorium. Ik deed namelijk ook chemische proeven. Reageerbuisjes, kolven, branders, een grote hoeveelheid chemische stoffen, het was er allemaal. Ik wist na verloop van tijd alles van kristallen en van allerlei soorten chemische verbindingen. Ik vond onzichtbare inkt uit, en in december maakte ik zelf vuurwerk, voornamelijk "Bengaals vuur". Er gebeurden wel wat ongelukken, maar het huis is nog net nooit helemáál in de lucht gevlogen. Mijn radio- en elektronica-hobby verdrong later mijn proeven met chemicaliën.
Tussendoor wilde ik nog met een andere hobby beginnen: modelspoorbanen. Ik bestelde per post een speciale kennismakings-aanbieding, maar mijn ouders haalden weer een streep door de rekening. Ik moest de zending onmiddellijk retourneren. Hetzelfde lot onderging de door mij bestelde gratis proefles van de schriftelijke cursus "Radiotechniek". Ook die moest ik terugzenden. Ik mocht niet zomaar andere mensen op kosten jagen, vonden mijn ouders.
De modelspoorbaan kwam er toch, zij het vele jaren later, en uit de radiohobby ontstond direct na de school mijn professie.

Zendelingenwerk

Steeds meer oude radio's, luidsprekers en andere "troep" sleepte ik aan. Ik had nog niet zo veel inzicht in die oude toestellen, maar op de een of andere wijze lukte het mij toch om er mee te doen wat ik wilde. Ik verbond door het hele huis alle apparaten met elkaar, ik legde verbindingen naar de radio in de huiskamer, naar de zolder enzovoorts.
Uit de luidspreker in de huiskamerradio kon ik vanuit mijn slaapkamer rock and roll-muziek laten klinken, zonder dat die radio aan stond! En dat deed ik vooral als er bezoek was, tot grote ontsteltenis van dat bezoek én mijn ouders. En wat niemand ooit te weten kwam was dat ik met die verbinding ook alles wat er in de huiskamer gesproken werd kon afluisteren.
Het laten klinken van rock and roll-muziek in de huiskamer was het begin van een soort van zendelingenwerk. De Rock & Roll begon een soort van geloof te worden, sterk uitgedrukt dan. En het kenmerk van een geloof is, dat het verspreid dient te worden, dat men probeert anderen van de juistheid van dat geloof te overtuigen. Dat soort gevoelens begon ik ook te ontwikkelen. Als ontwikkelingsland was de huiskamer een te beperkt gebied, en ik ging dan ook uitbreiden. Ik monteerde een grote luidspreker in het open zolderraampje en startte met "muziekuitzendingen" die kilometers ver in de omtrek te horen waren! Mogelijkerwijze vond toch niet elke luisteraar mijn muziek de meest geschikte voor deze uitzendingen. Want binnen niet al te lange tijd kwamen er twee politieagenten aan de deur. Gelukkig had ik op dat moment de luidspreker niet ingeschakeld, en nog meer geluk had ik dat mijn vader en moeder niet thuis waren.
De agenten dreunden een aantal regels uit de wet op, waaruit ik kon opmaken dat mijn luidsprekerexperiment niet binnen het kader van wat de wet toestond viel. Inwendig moest ik wel een beetje lachen om die agenten, ze stonden er eigenlijk wel wat bedremmeld bij. Ik presteerde het ook nog om schaapachtig te vragen: "O, mag dat niet?", maar beloofde er meteen bij om het niet weer te doen.
Mijn volgende "uitzending" was een échte uitzending, over de radio dus.
Ik had ontdekt dat sommige oude radio's zo gebouwd waren dat ze naast het ontvangen van radiozenders, ook zelf iets uitzonden. Het was weliswaar zwak wat ze uitzonden, maar ik kreeg het, na lang experimenteren, voor elkaar om aan die radio's een pick-up en microfoon te koppelen en het geluid daarvan op de uitgezonden "draaggolf" te zetten. En toen had ik een eigen zender. Het lukte me daarna ook nog om een antenne aan de zender te koppelen, en ik was etherpiraat geworden! Het was nog een zender van niks, maar ik vatte mijn taak serieus op en begon met het uitzenden van regelmatige programma's.
Steeds als ik in de ether kwam meldde ik mij met de naam "Radio Oranje" (ja ja, de verhalen over de oorlog hadden indruk op mij gemaakt), maar die naam veranderde ik al snel in "Little Suzy". Als herkenningsmelodie draaide ik daarbij het nummer "Little Suzy" van Clarence "Frogman" Henry. Na afloop van een uitzending kreeg ik eens een "ontvangstrapport" van een andere "geheime zender". Deze meldde mij dat de ontvangst erg zwak was, maar dat hij mij toch duidelijk gehoord had. Ook zei hij: "Ik denk dat ik weet wie jij bent, kleintje!" Het bleek mijn neef te zijn, die vijf kilometer van mij vandaan woonde, en die toen al jarenlang een bekende piraat was, iets wat ik overigens niet wist.

Bandrecorder

Een apparaat dat ik nog niet bezat, maar wel graag wilde hebben, was een bandrecorder. De tekenleraar op school, Gerrit Kraa, was een vriend van mijn broer en zodoende zag ik hem nogal eens bij ons thuis. Op een dag vertelde Gerrit Kraa dat zijn broer een bandrecorder te koop had. En dat was niet aan dovemansoren gezegd. Ik ging er meteen naar toe. Het bleek te gaan om een koffermodel "Uher" bandrecorder, met maar één snelheid. Maar ik vond het een juweeltje. Voor een redelijk lage prijs kon ik de recorder overnemen. Bij de koop inbegrepen waren enkele tientallen banden. Op alle banden stond kerkorgelmuziek, de broer van Gerrit Kraa was een groot liefhebber van kerkorgelmuziek. Hij vertelde mij dat hij de opnamen zorgvuldig had gemaakt en dat hij er steeds voor had gezorgd om de muziek niet te sterk op te nemen, dit om vervorming te voorkomen. En inderdaad was de muziek zó zacht opgenomen, dat er meer ruis dan muziek op de banden stond. Het deerde mij niet, ik had mijn bandrecorder. En het apparaat zou nog heel wat van de provincie gaan zien!

Dick & Dick

In de examenklas op school leerde ik, tijdens de pauze, Dick Smeijers kennen. Hij zat ook in de vierde klas maar hij deed de wiskundekant (Mulo B), terwijl ik de talenkant had gekozen (Mulo A). Naast onze gemeenschappelijke voornaam ontdekten we al gauw dat we op het vlak van hobby's en muziekinteresses ook veel overeenkomsten hadden. Dat werd dus een intensieve vriendschap.

Dick(l) & Dick(r)

Maar het bleef niet bij die vriendschap alleen, we bouwden in korte tijd een organisatie op die zich met een grote verscheidenheid aan activiteiten bezig hield. En voor elke activiteit bedachten we een pakkende naam en we lieten briefpapier, facturen, visitekaartjes enzovoorts drukken. Een greep uit de zaakjes die we tussen 1963 en 1966 hadden: "SON" (Studio Oost-Nederland), "AOR" (Algemene Omroep Rijssen), "ZOR" (Zieken Omroep Rijssen), "ODIO-contactdienst", "KTO" (Kerktelefoon Omroep), "MIR" (Avro's Jeugdomroep Minjon, afdeling Rijssen), en "DOUBLE DEE".
Aan allerlei geldinzamelingsacties deden wij ook mee. Voor NCRV's actie "4 x ZN" organiseerden we een gevarieerde showavond en begin 1963 hielden we een toneelavond die driehonderd gulden opleverde voor de actie "Open het dorp" van Mies Bouwman. In een TV-uitzending van 19 januari bedankte Mies ons voor de gift en voor de georganiseerde toneelavond.

Midden januari was ook de tentamenweek op school. Dat werd natuurlijk niks die tentamens, ik had geen tijd om mij er op voor te bereiden en bij de tentamens zelf had ik mijn gedachten er niet bij. In de tentamenweek ging ik naar een toneelstuk van "De Gong", was er een militaire excursie naar Nunspeet, waren er regelmatig radio- en tv-uitzendingen over Mies Bouwman's actie "Open het dorp", ging ik naar de film "De Overval" in Almelo en was er in Nijverdal een teenagershow, de "Tik Tak Show".
In de eerste helft van 1963 waren mijn belangrijkste bezigheden het beluisteren van muziek. Ik luisterde naar mijn eigen platen, maar ik bezocht ook allerlei shows, concerten en uitvoeringen. Ik was geïnteresseerd in allerlei soorten live-muziek. Ik ging bijvoorbeeld naar uitvoeringen van de muziekschool in gebouw "Jeruël" en naar een concert van "OPHO" (Overijssels Philharmonisch Orkest) (entree 25 cent!!).

Silverstars

Tijdens mijn speurtochten naar goede live-muziek kwam ik in contact met een beginnend bandje, waarvan de drummer de broer was van een klasgenoot van mij. De apparatuur van de band was erg primitief en ook het drumstel was verre van compleet. Toch straalde het bandje een enorme dosis enthousiasme uit. Ik begon de repetities van de band bij te wonen.
Drums hadden mij altijd al gefascineerd, ook die van drumbands en muziekkorpsen, maar een drumstel in een rockbandje vond ik helemaal het einde. Ik probeerde dan ook steeds of ik eens op het drumstel van "The Silverstars" (zoals ze zich noemden) mocht rammen. Maar mijn pogingen werden direct de kop ingedrukt. De drummer deed alsof hij heel zuinig op zijn trommels was, maar waarschijnlijk was hij bang dat mijn gevoel voor ritme groter was dan het zijne. Mijn vermeende technische kennis van radio- en andere apparaten kwam de jongens wél goed van pas. Als er eens iets kapot was, dan mocht ik het repareren! Ik vond het een hele eer om op zestienjarige leeftijd als "technische man" bij een bandje betrokken te zijn. En de band vond mijn kunsten blijkbaar zo nuttig dat ik op 12 juni 1963 "officieel" als technicus bij The Silverstars werd aangesteld.
Mijn aanstelling was waarschijnlijk mede te danken aan mijn mogelijkheid om bandopnamen van de groep te maken. Een paar weken eerder hadden The Silverstars opgetreden tijdens het traditionele Hemelvaartsdagfestival dat altijd in de muziekkoepel van het Volkspark werd gehouden, en de hele dag had ik daar met mijn Uher-bandrecorder opnamen gemaakt van de optredende artiesten en bands.
In de tijd dat ik als technicus meetrok met The Silverstars kwam er een idee bij mij op. Ik vond dat ik moest proberen de bandleden meer bewegingsvrijheid te geven bij hun zaaloptredens. Het ging er toen soms ruig aan toe en alle snoeren en kabels van gitaren en microfoons waren nogal hinderlijk en storingsgevoelig. Mijn radiozendexperimenten hadden zich inmiddels uitgebreid, en ik dacht dat het toch mogelijk moest zijn om ook een Rock & Roll-bandje helemaal draadloos te laten werken.
Tientallen jaren later zou mijn idee heel normaal zijn bij muziekgroepen en op velerlei manieren toegepast worden, maar in 1963 waren zowel de techniek als mijn financiële mogelijkheden nog zo beperkt dat het mij niet lukte om mijn ideeën te verwezenlijken.

Op 10 juli 1963 moest ik mondeling examen doen. De hele week vóór dat examen waren Dick en ik niet zoals het hoorde bezig met studeren, maar waren we driftig onze nieuwe middengolfzender aan het uittesten. Iedereen zat als een gek te blokken voor het examen, maar wij zeiden tegen elkaar: "Als je nu alles nog in je hoofd moet stampen, dan lukt je dat nooit meer", en we gingen rustig door met onze zendexperimenten. Mijn ouders verwachtten dan ook in het geheel niet dat ik nog een kansje maakte op het behalen van het diploma. Na afloop van het examen, toen we heel rustigjes op onze fiets naar huis gepeddeld waren, zei mijn moeder dan ook: "Gezakt zeker, je kijkt zo ernstig!" Toen ik haar vertelde dat mijn slagen geen reden kon zijn tot uitbundige vreugde, zakte haar mond open van verbazing! Ik was wel degelijk geslaagd, en daar had ik ook een reden voor. Ik had het namelijk zo geregeld dat, wanneer ik zou slagen, The Silverstars bij ons thuis zouden komen optreden! En zo gebeurde het ook. Terwijl klasgenoten en onderwijzers langs kwamen om te feliciteren, knalde de Rock & Rollmuziek uit ons huis. Het was een unieke examenparty. Het beeld van de band die daar in onze huiskamer, voor het raam aan de tuinzijde, stond te spelen en te rocken, die bleef mij altijd bij. De zanger was een forse Ambonees, en hij zong met een prachtige donkere stem nummers als "Mona Lisa" en "Pretend" .Ook was de band sterk in instrumentals van The Shadows, Ventures en René and his Alligators.

Twist

Rock & Roll was een woord dat eigenlijk niet (meer) zo veel gebruikt werd in die tijd. En zo het al gebruikt werd, had dat woord waarschijnlijk niet zo'n goede klank. De "Twist" was in 1962/63 een nieuwe dansrage, maar de muziek was niet zo nieuw. Chubby Checker had een vijftiger jaren nummer van de Rhythm & Blueszanger Hank Ballard van stal gehaald, maakte er een nieuwe en bijna identieke versie van en scoorde er een grote hit mee. Eigenlijk was de Twist een soort rock and roll-revival, want veel groepen die niet gestopt waren met het maken van rock and rollmuziek, zetten nu achter al hun nummers de toevoeging "twist", en ze waren weer bij de tijd en werden weer door het publiek gewaardeerd. Een ander nummer van Chubby Checker, "The Fly", bleef me altijd bij door de wijze van presentatie in het radioprogramma "Tijd voor teenagers". De hele uitzending door liet men tussen elk nummer het "intro" van die plaat horen - een elektronische nabootsing van het geluid van een vlieg - zonder uitleg van dat geluid te geven en iedereen in spanning houdend over het doel van dat geluid. Pas aan het eind van de uitzending draaide men de hele plaat. Een aardig geintje, zeker voor die tijd.

Overal waar muziek te horen was in Rijssen en omgeving was ik wel te vinden. Het maakte niet zo veel uit welke band er speelde, een dans- of bruiloftsorkest was ook goed, die kon meestal wel wat rock and roll en twistnummers spelen. Ik zeurde dan net zo lang om een "twistnummer" tot het orkest aan mijn verzoek voldeed en een rock and roll of twistnummer ging spelen. De meeste orkestleden wisten het verschil tussen rock en twist ook niet goed, er volgde altijd wel wat rockends, twistends of swingends. En dan begon de pret voor mij. Niet voor de zaal of café-eigenaar, want ik begon dan met mijn twistdemonstraties! Ik had de kunst van het twisten aardig onder de knie. Meestal klom ik al twistend op tafels en stoelen. Het ging zelfs zo ver dat ik meerdere tafels op elkaar stapelde, en daar bovenop mijn twistkunsten vertoonde. Alleen mijn voeten waren dan nog op de tafel, de rest van het lichaam zweefde en wiegde boven de afgrond. Het ging gelukkig nooit mis.
Mijn neef in Enter trouwde in 1963, en hij had zowaar een bruiloftsorkest tijdens de bruiloft. Dat orkest was een omstreden zaak in onze familie, maar voor mij bracht het tenminste nog enig vertier op het bruiloftsfeest. Ik vroeg gewoontegetrouw weer om twistmuziek, kreeg die ook en begon te twisten.
De pret duurde maar kort, want het bruidspaar verbood de band nog meer twistmuziek te spelen.

Werk

Na het examen besloot ik om eens flink op vakantie te gaan en daarna een paar maanden goed te gaan uitrusten van alle vermoeiende jaren op school. Ik had al lang geleden besloten om nooit meer in de schoolbanken te gaan zitten, maar aan werken had ik voorlopig ook nog geen zin. Ik had toch zeker genoeg hobby's.
Aan het nut van het hebben van ouders had ik al heel vaak getwijfeld, en nu werd ik weer eens goed herinnerd aan die twijfel. Mijn moeder stond namelijk niet toe dat ik langer dan vier weken thuis bleef. Elke ochtend maakte ze mij vroeg wakker met de dringende mededeling dat ik die dag maar eens op zoek moest gaan naar een baan. En dan het liefst een baantje ergens op een kantoor. Wat kon ik anders met een Mulo-diploma, zei ze dan. Uiteindelijk gaf ik maar toe en ging op een dag de wereld in op zoek naar een geschikt tijdverdrijf voor overdag. Een kantoorbaan zag ik niet zo zitten; ik had toen al besloten om zo veel mogelijk alles in het leven als een hobby op te vatten, en zeker niet voor geld dingen te gaan doen die ik niet leuk vond. Ik vond dan ook al snel een baantje als aspirant radioreparateur bij de service-afdeling van "Radio Nachtegaal" in Hengelo. Mijn aanvangssalaris was f. 90,- per maand. Mijn ouders vonden dat ik dat salaris aan hen moest afstaan, maar ik vond het een schandelijk idee mijn eigen verdiende loon te moeten weggeven, en ik weigerde. Ik wist echt wel een betere bestemming voor dat geld. Want Radio Nachtegaal had ook een grammofoonplatenafdeling, en mijn baas had een aardige dochter waar ik een oogje op had. Omdat mijn nieuwverworven vermogen te gering was om er twee doeleinden mee te kunnen dienen, koos ik maar voor de platen. Daardoor trouwde de dochter later met "de Nederlandse Dean Martin" (die in de zaak als platenverkoper werkte) en kwam ik in het bezit van prachtige singles van Electric Johnny and his Skyrockets en van Sandy Nelson. Verder

Radio Nachtegaal