Afrikablues in Borne 2008

Touareg (Foto: Aafke de Wijk)

Datum: Woensdag 7 mei 2008
Plaats: Borne
Locatie: De Bijenkorf


We kunnen net op tijd de zaal in sluipen. Het licht is al uit. Gelukkig zijn er nog twee lege stoelen aan het gangpad. Het zeer beschaafde publiek is muisstil. Dan komen drie fraai uitgedoste muzikanten het podium op. De elektrische gitaar en de basgitaar worden even uitgeprobeerd. Er gaat een emmer water in een grote halve kalebas. Een wat kleinere kalebashelft komt met de open kant op het water te liggen en voilà, de ritmesectie is klaar.
Hier treden op Etran Finatawa uit Niger, aangekondigd als ‘Afrikaanse blues’. De drie mannen zijn gekleed in tulband en een lang gewaad dat net het gezicht vrijlaat. De combinatie met de traditionele kleding en de elektrische gitaar is even wennen. Hun gezang is enigszins traag, eentonig, melancholiek. Soms wat jazzy. Het harmonieert heel goed met de klanken van de elektrische gitaar die op een tamelijk eigenzinnige, tokkelende manier bespeeld wordt. De basgitarist gedraagt zich nog het meest als een moderne popmuzikant. Hij legt een mooi melodieus tapijt onder de muziek. Na het eerste nummer wordt het drietal versterkt met nog drie muzikanten die heel anders gekleed zijn. Zij dragen een hoofdtooi met een lange veer, over de schouders een tuniek met om de heupen een leren lap die bijna tot de grond hangt. Kruislings over de borst hangen lange kralenkettingen maar het meest opvallende is hun beschilderde gezicht. Het zijn een zanger en twee percussionisten. De zanger heeft aan zijn been een metalen rammelaar die hij heel effectief weet te gebruiken om accenten te leggen.
De bandleider stelt zijn collega’s voor in het Frans maar verder wordt er geen uitleg gegeven. De teksten zouden gaan over de nostalgie van het nomadenleven, het isolement, het uitgestrekte landschap, de liefde, de feesten enzovoort.

Wodaabe (Foto: Aafke de Wijk)

We zien hier muzikanten uit twee stammen: Touaregs met de tulband en Wodaabe met het beschilderde gezicht. De Wodaabe hebben alleen een zang- en danstraditie. De dans is tamelijk statig en ook een beetje statisch met kleine bewegingen. Je kunt zien dat ze soms bijvoorbeeld een vogel imiteren. Naar het eind van het concert wordt het dansen iets vrijer. De Touaregs begeleiden hun liederen traditioneel met percussie-instrumenten maar hebben al in de jaren ‘70 van de vorige eeuw de elektrische gitaar ontdekt. De muzikanten nemen vaak elkaars instrument over en blijken zowel op gitaar als op de percussie en een enkel blaasinstrument hun mannetje te staan.
Veel van de liederen lijken op een soort beurtzang. De voorzanger zet in de rest volgt of antwoordt en dat alles in veelvuldige herhalingen met telkens subtiele variaties. De Wodabeezanger heeft een wonderlijke doordringende wat klaaglijke stem. De samenzang is eenstemmig. De ritmesectie speelt intussen energiek en gevarieerd maar staat wel helemaal ten dienste van de zang. Misschien is deze muziek nog het beste te omschrijven als hypnotiserend.
Waarom wordt dit blues genoemd? Waarschijnlijk vanwege de melancholieke ondertoon. Ik zie weinig expressie bij de muzikanten. Soms glijdt er een glimlachje over een gezicht maar meer niet. Als westerling die zich het leven in de woestijn niet echt kan voorstellen is het moeilijk om deze muziek echt te doorgronden en op waarde te schatten.
Terwijl ik zit te kijken, denk ik: als ze straks klaar zijn dan doen ze dat mooie gewaad uit en trekken ze een spijkerbroek aan en dan zijn het gewone jongens. Iets wat ik ze overigens van harte gun.

Aafke de Wijk