Rockin' On Heaven's Door

Rockin' On Heaven's Door

Datum: woensdag 22 april 2009
Plaats: Hardenberg
Locatie: Theater De Voorveghter
Evenement: Concert


Rockin’ On Heaven’s Door is iets aparts.
Hoe krijg je het voor elkaar om vijf dode supersterren van de Rock & Roll en één levende legende bij elkaar in één theaterzaal te brengen? Niet, want Eddie Cochran is niet komen opdagen. Jammer genoeg, want die had ik ook graag willen horen en zien. Maar Jerry Lee Lewis, Elvis Presley, Roy Orbison, Buddy Holly en The Big Bopper zijn allen aanwezig in de vorm van hun Engelse reïncarnaties en/of verpersoonlijkingen. En geloof me, dat is een boel talent bij elkaar. Zó veel, dat er bijna geen superlatieven voor te vinden zijn.

Jarenlang heb ik verzucht dat ik graag weer eens een écht bevredigend rock 'n' roll-concert zou willen meemaken. En sedert juli 2007 gaat het weer behoorlijk de goede kant op. Vorig jaar was er in Almelo een show met twee Engelse Elvissen, ook onder de noemer Rockin’ On Heaven’s Door, en pas daarna ontdekte ik dat er ook een show door Europa toert met de genoemde Amerikaanse rockhelden. Weliswaar in de vorm van impersonators, maar zeker niet de minste. En was de Elvisshow al behoorlijk sensationeel, déze show biedt zelfs nog meer muzikaal dynamiet.

De show start stipt om 20.15 uur met de kakellach-intro van de originele Surfaris-plaat, waarna de band losbarst met mijn favoriete instrumentale nummer ‘Wipe Out’. Ah, dat doet goed! Voor mij had de vierkoppige band onder leiding van gitarist John Healy nog wel meer van dit soort nummers mogen spelen, maar hier blijft het bij voor vanavond.

Direct na het openingsnummer komt pianist Darren Green op. Die kennen we nog van de Elvisshow in Almelo. Toen heeft hij braaf de hele avond afwisselend rustige en pittige riedeltjes op zijn klavier zitten spelen, waarbij hij soms sterk deed denken aan Jerry Lee Lewis. Dat hij daadwerkelijk voor Jerry Lee kan spelen, wisten we toen nog niet. Daar zal hij ons vanavond het overtuigende bewijs van leveren.
‘Whole Lotta Shakin' Goin' On’ en ‘Great Balls Of Fire’ ramt hij in moordend tempo uit zijn piano en mond. Bij het tweede nummer staat de vleugel in vuur en vlam. We zijn “breathless” van het vuurwerk van Darren, pardon Jerry Lee Lewis. De artiesten spelen consequent dat ze de ster zijn die ze personifiëren.
Darren maakt de rest van de avond deel uit van de begeleidingsband.

Na ‘Jerry Lee Lewis’ komt ‘The Big Bopper’ (John-Simon Rawlings) op. Met een geweldige diepe stem, maar met een ietwat langdradige introductie van zichzelf en zijn overbekende ‘Chantilly Lace’. Het nummer start met het geluid van een luide telefoonbel, waarop de man een grote telefoonhoorn uit zijn zak haalt en zingt: “Hélloo baaby!”
Vervolgens legt hij uit dat hij (The Big Bopper / J.P. Richardson) het hitnummer ‘Running Bear’ van Johnny Preston heeft geschreven. Hij zet een kleurrijke verentooi op zijn hoofd en zingt het nummer vol overgave. De band vult de junglegeluiden adequaat in. Aan het eind van het nummer zit de pianist voorovergebogen met een indianenpijl door zijn hoofd. De zaal barst in lachen uit.

The Big Bopper blijft de rest van de avond in de weer als presentator van de show, en hij kondigt Roy Orbison aan. Ondanks de donkere bril heeft ‘Roy’ (ware naam moet ik opzoeken *) niet helemaal het postuur van het origineel. Maar de stem komt er erg dichtbij, en hij brengt een drietal van de grootste hits van Orbison met dezelfde mooie uithalen, zoals bijvoorbeeld in ‘Pretty Woman’.

Rockin' On Heaven's Door

Op het grote scherm dat tegen de achterwand van het podium hangt, komt meestal de zanger of de solist in beeld, maar het wordt ook gebruikt voor het vertonen van beelden van de originele artiesten. Dat zijn filmpjes van live-optredens of andere opnamen van vroeger.
Nu wordt het scherm gebruikt om ‘Buddy Holly’ filmisch te introduceren, terwijl de ‘Big Bopper’ de vocale aankondiging doet. Omdat Buddy Holly-klonen niet dik gezaaid zijn, en ook de film The Buddy Holly Story waarin Gary Busey Buddy Holly speelt, niet heel overtuigend is, hebben we geen speciale verwachtingen van deze man. En mede daardoor wordt ‘Buddy Holly’ de verrassing van de avond.
Niet dat we het origineel ooit hebben zien spelen, maar je zou zweren dat hier de échte Buddy Holly aan het werk is. De Engelsman (Dave Wickenden *) is een stuk ouder dan de 22 jaar die Holly zelf haalde, maar komt zeer energiek op en blijft dat ook gedurende zijn optreden.
Hij brengt een viertal nummers op dezelfde enthousiaste wijze als zijn voorbeeld: Peggy Sue, That'll Be The Day, Maybe Baby en het ingetogen Everyday. Bij dat laatste nummer komt de drummer naar voren om, zittend op een krukje en met zijn handen op zijn knieën slaand voor de percussiegeluiden te zorgen. Net zoals dat destijds bij de originele opname was gegaan, volgens de uitleg van ‘Buddy’.
(Dave Wickenden, die ook in de West-End musical ‘Buddy’ de hoofdrol speelde, is door de weduwe van Buddy Holly in 2002 uitgeroepen tot de beste Buddy Holly impersonator. *)

Na het optreden van ‘Buddy’ verwacht ik dat we ofwel een optreden van ‘Elvis Presley’ zullen krijgen, ofwel een pauze. ‘The Big Bopper’ heeft dan al een paar keer aangekondigd: “Elvis is in the building”. Maar we krijgen geen van beiden.
Pianist Darren mag nog een keer Jerry Lee zijn, en hij brengt het nummer ‘I'm On Fire’ in een nóg moordender tempo dan zijn eerdere twee nummers. Ook nu weer vliegt zijn vleugel in de brand. Natuurlijk niet letterlijk, maar het effect is wel spectaculair.
Ook trapt ‘Jerry Lee Lewis’, net als de echte nog altijd doet, de pianokruk naar achteren, speelt hij piano met zijn rechtervoet, klapt hij met de pianoklep en klimt hij bovenop de vleugel. Tijdens het nummer zijn op het scherm oude live-beelden van de originele Jerry te zien.

Als hij uitgeput van het woeste optreden zijn kruk weer herstelt en weer gaat zitten, komt ‘The Big Bopper’ opnieuw op. Hij voert zogenaamd een klein interview met ‘Jerry Lee Lewis’, ik vang iets op over de geboorteplaats Ferryday Louisiana, en vervolgens vraagt ‘Jerry’ aan hem: “Zing nog een keer het nummer van Bobby Darin dat je gisteravond ook zo mooi deed.”
Er volgt een prachtige uitvoering van ‘Splish Splash’ (‘relaxing in the tub’) van inderdaad Bobby Darin, gezongen door ‘The Big Bopper’.

Daarna komen ook ‘Roy Orbison’ en ‘Buddy Holly’ nog een keer op voor een of twee nummers. En is de show inmiddels toch al zo'n anderhalf uur aan de gang. Gelukkig volgt er nu een pauze, om even op adem te komen.

Bij nader inzien kan het zijn dat eerst ‘Buddy Holly’ optrad en daarna ‘Roy Orbison’, maar dat is ook niet zo relevant.
Na de pauze is het de beurt aan ‘Elvis Presley’. Het is weer Richard Atkins die de ‘latere’ Elvis speelt. Het scherm vertoont beelden van Elvis in de ‘Las Vegas periode’ en de taferelen van na zijn dood. De begeleidingsband is aangevuld met twee ‘Sweet Inspirations’(*) die al swingend voor het vrouwelijke achtergrondkoortje zorgen. Mijn favoriete ‘Steamroller Blues’ moeten we nu missen, maar het snelle rockende ‘A Big Hunk O'Love’ wordt wél gebracht, naast een groot aantal andere oude en nieuwe hits van Elvis.
Richard is zeker een van de beste Elvis-vertolkers, maar heeft vanzelfsprekend niet de uitstraling van de échte Elvis. Wat die ‘uitstraling’ precies inhoudt zou ik niet kunnen zeggen, maar feit is dat een dergelijk fenomeen bestaat en vaak voor een groot deel de populariteit van een artiest bepaalt.

Mijn vermoeden dat ‘Elvis’ het héle gedeelte na de pauze zal vullen, blijkt gelukkig niet te kloppen. ‘The Big Bopper’ (die tegelijk met Buddy Holly en Ritchie Valens verongelukte) zingt de Valens-compositie ‘La Bamba’. ‘Roy Orbison’ en ‘Buddy Holly’ zingen ook nog een paar nummers. ‘The Sweet Inspirations’(*) blijven daarbij op het podium staan en zingen gewoon mee.

Na een intermezzo - waarin elk bandlid wordt geïntroduceerd en een korte solo speelt - verschijnt er op het grote scherm de mededeling dat ‘Jerry Lee Lewis’ weer ten tonele zal verschijnen. Darren blijkt dan van zijn piano weggeslopen te zijn, en hij komt op in een halflange ‘Jerry Lee Lewis-jas’. Hij loopt naar voren, maakt een buiging naar het publiek, loopt naar zijn piano en maakt aanstalten om nog even goed tekeer te gaan. Ik verheug me erop, want hij heeft nog maar drie Lewis-nummers gespeeld, en ik vermoed dat hij de zaal flink op de kop gaat zetten als afsluiting.

Maar dan gebeurt er iets onverwachts. ‘The Big Bopper’ komt op een gehaaste manier van rechts uit de coulissen het podium opstruikelen. Hij roept achtereenvolgens ‘Roy Orbison’, ‘Buddy Holly’ en ‘Elvis Presley’ op. Roy komt niet onmiddellijk, kennelijk omdat hij er nog niet op rekent, en Buddy en Jerry lachen schaapachtig en verstoord naar elkaar. Elvis zet het finalenummer in, waarvan elke zanger een couplet zingt.
Kennelijk is John-Simon Rawlings er niet helemaal met zijn hoofd bij (mogelijk te veel drank?), waardoor ik vergeten ben welk nummer het is.

Een goede Rock & Roll-show eindigt in een climax. Helaas is die nu een beetje in het water gevallen, erg jammer. Toch kunnen de bezoekers tevreden naar huis gaan, de show was de moeite waard. Halverweg kreeg ik zelfs even een brok in de keel. Toen moest ik namelijk denken aan de tijd dat ik voor mijn gevoel de enig overgebleven rock 'n roll liefhebber was en iedereen zei dat die muziek dood en begraven was. Ik wist zeker dat de échte rock and roll voor mij nooit zou sterven. En het besef dat anno 2009 veel anderen er ook zo overdenken, ontroerde mij.


* [18 september 2009]

Betty Mulder stuurt ons de volgende correcties en aanvullingen:

* Steve Halliday (Eddie Cochran) was er inderdaad niet bij. In oktober 2008 deed hij in Beverwijk voor het laatst mee in Nederland. Hij is solo verder gegaan met 2 eigen shows.
* Dave Wickenden (Buddy Holly) was er ook niet omdat hij ging trouwen in die periode. Hij is vervangen door Gus MacGregor. Gus is nu officieel lid van de cast. Daarnaast speelt hij ook nog solo in Zwitserland, waar hij momenteel woont.
* Barry Steele (Roy Orbison) was er ook niet bij vanwege ziekte. Sinds enkele maanden is Barry solo verder gegaan met een show samen met The Complete Beatles.
Iain Sparks heeft hem vervangen en is nog steeds een stand-in. Iain Sparks inmiteert meerdere artiesten.
* Elvis is Richard Atkins. The Divine Inspirations bestaan uit 2 personen Paula en Christine. Dawn is geëmigreerd naar Canada. In Hardenberg waren ze met z'n tweeën.