Een dag in Memphis

Op maandag 9 juli 1984 ging een lang gekoesterde hartewens van mij in vervulling.
Om half negen 's ochtends arriveerde ik op het vliegveld in Memphis - de stad waarvan de muziek mij ruim 25 jaar vertrouwd is, maar waar ik nog nooit geweest was. Het was trouwens mijn eerste bezoek aan de USA, en ik had Memphis gecombineerd met een Bhagwan festival in Oregon, heel iets anders dus.

Ik was wat zenuwachtig, want het was een onbekende stad voor mij en ik wist ook niet waar ik zou moeten verblijven. Een niet te duur hotel was mijn eerste zorg. Op het vliegveld was echter een lijst aangegeven van hotels met een telefoon waarmee je gratis kon bellen.

Ik besloot een hotel in de buurt van het vliegveld te proberen, eentje die “budget rates” zou hebben. Ik belde en een kamer bleek ruim 20 dollar te kosten, inclusief belasting. Dit vond ik nog wel te doen en ik reserveerde een kamer. Ik zou bovendien gratis van het vliegveld opgehaald worden. Ik beschreef hoe ik eruit zag (rode broek en hemd, strooien hoed) en na ongeveer een half uur werd ik door een neger in een luxe, gekoelde wagen gebracht naar de Airport Motor Inn.

Het was behoorlijk warm, maar dat was ik al gewend, want in Mexico en
Oregon waar ik de weken ervoor had doorgebracht, was het ook warm.
Het hotel was gelegen aan de Elvis Presley Boulevard en bleek bovendien vlak bij “Graceland” te liggen, het beroemde landgoed van Elvis dat is opengesteld voor het publiek. De juffrouw aan de balie schreef mij in, en gaf mij wat folders, nadat ik zei dat ik vooral was geïnteresseerd in de muziek, Elvis, de blues, de Sun studio's. Ik had de indruk dat ik niet de enige was die om die reden Memphis bezocht.

Ik moest naar buiten voor mijn kamer, die gelegen was op een galerij op de eerste verdieping. De kamer zag er luxe uit met eigen WC, badkamer, telefoon en kleuren-TV. Ik keek de folders door, waarin verschillende aantrekkelijke aanbiedingen stonden: Graceland, de Sun studio's, een boottocht op de Mississippi, een Rhythm & Blues Night Club tour.....
Onmogelijk om dit allemaal op 1 dag te doen, en ik moest een keuze maken. Ik besloot in ieder geval eerst naar het centrum (downtown) te gaan, waar o.a. de Beale Street gelegen is. Dat was nog een heel eind met de bus vanaf mijn hotel.

Beale Street was gemakkelijk te vinden. Direct viel een standbeeld op van W.C. Handy, de grote bluescomponist. Toen viel mijn oog op een theater waarboven Bill Black's Combo aangekondigd stond. Ik wist niet wat ik zag! Bij nadere informatie bleek, dat deze combo alleen op vrijdag en zaterdagavond speelde, samen met de zanger Andy Childs, die songs van Elvis, Jerry Lee Lewis, Charlie Rich, Ronnie Millsup e.a. vertolkt. Spijtig, dat ik dit moest mislopen!

Bij het Visitors Bureau nam ik nog wat interessante folders mee, o.a. van de “Elvis International Tribute Week” van 11 tot 18 augustus. Ik raakte steeds meer opgewonden.
Er was hier zoveel te beleven! Ik liep verder Beale Street af, in de richting van de Mississippi. Daar zag ik een standbeeld van Elvis, waarover vriend Adri Sturm mij al geschreven had.
Ik vroeg een paar jongelui, of ze een foto van mij wilden maken met het standbeeld op de achtergrond. Ze bleken uit Maleisië te komen. Ook praatte ik even met een echtpaar uit Schotland, eveneens Elvisfans.

Beale Street is gedeeltelijk vervallen, maar vele huizen zijn gelukkig gerestaureerd in de oorspronkelijke stijl.
Toen ik bij de Mississippi aankwam, ging een gevoel van ontroering door mij heen. Dit was dus de rivier die zo vaak bezongen was, de bakermat van de blues. Ik kon Mud Island zien, waarover Adri Sturm (die woont in Louisville, Kentucky) mij geschreven had.
Eerst wilde ik nog naar de Sun Studio's gaan, maar dat was mij te ver, en dat in die hitte, dat zag ik niet zitten. Ik besloot daarom naar Mud Island te gaan.

Daar zou zich o.a. een museum bevinden over de geschiedenis van Memphis en de muziek uit deze streek. Ik kocht een kaartje (wel duur: $ 5,75) en via een monorail kwam ik er aan. Ik keek er wat rond, en stapte toen het museum binnen. Daar was o.a. het binnenste van een showboat te zien, maar ik was vooral benieuwd naar het gedeelte over de muziek.

En ja hoor, op een gegeven moment hoorde ik oude bluesopnamen klinken en zag ik oude foto's met tekst. Toen kwam ik uit in een ouderwets, sfeervol Honky Tonk Café, waar een neger achter de piano zat en zong en speelde dat het een lieve lust was. Het was pure blues en boogie woogie en de muziek ging mij door merg en been. Hij vroeg 3 kinderen naar hun namen en daarop improviseerde hij een blues.
Daarna zong hij “Blue Suede Shoes” en vroeg het publiek om de regels Blue Suede Shoes mee te zingen. Ik deed mee uit volle borst. Ik vond het een unieke belevenis.

Na de blues kwam dan de rock. Eerst een reconstructie van de Sun studio met een korte film waarop Sam Phillips te zien was.
Een ouderwetse Juke Box met oude Rock & Roll Hits. Oude R & R platen op 78 en 45 toeren, veilig opgeborgen achter dik glas.
En tenslotte een gedeelte met “Elvis Curiosa” en een permanent draaiende korte documentaire over Elvis.

Toen stond ik weer buiten. In een winkel zag ik vele SUN LP's liggen, maar wel duur: zo'n 9 dollar.
Ik liep nog wat rond door het centrum en nam om kwart over 7 de bus naar mijn hotel, met de bedoeling om nog even langs Graceland te lopen, ook al was dat reeds dicht. Het was echter verder dan ik dacht, en ik liep terug naar mijn hotel. Daar zette ik uit nieuwsgierigheid de TV aan en hoorde tot mijn verbazing de tonen van “Tallahassee Lassie”! Het bleek de show “Rock rolls on” te zijn op WHBQ, gepresenteerd door Dick Clark, en naast Freddie Cannon hoorde en zag ik o.a. Chuck Berry, Johnny Rivers, Jan and Dean en oude opnamen van The Beatles.

Ik schreef nog een brief naar Adri Sturm en ging toen naar bed.
De volgende ochtend nam ik met een gevoel van weemoed afscheid van deze stad, om door te vliegen naar New York en vandaar naar Parijs en Nederland.

Ik had er erge spijt van, dat ik niet meer dagen Memphis in mijn reisprogramma opgenomen had, maar nam mij vast voor om een andere keer naar Memphis terug te keren, dan langer te blijven en ook andere interessante steden (zoals Nashville en New Orleans) aan te doen.

Sef Kicken (Swami Prem Sef)