Boeken over de Rock & Roll

Mystery Train

Het heeft vrij lang geduurd voordat de geschiedenis van de Rock & Roll geschreven werd.
Pas rond 1969, dus ruim tien jaar na de legendarische rockjaren (1955-1960) kwamen de eerste gedegen boeken uit die uitvoerig ingingen op het ontstaan en de ontwikkeling van dit genre muziek.

De populaire muziek verkeerde toen reeds in een heel andere fase, maar kennelijk moeten er eerst een aantal jaren verstreken zijn voordat men de waarde van bepaalde stromingen gaat beseffen. In de tijd dat de rock ontstond werd deze muziek maar door weinigen serieus genomen.

Vóór 1969 verschenen er ook wel enkele boekjes over de rock & roll, maar deze waren ofwel amateuristisch (vaak gestencild) ofwel oppervlakkig-populair ofwel biografieën en discografieën van bepaalde artiesten.
In 1966 werd bijvoorbeeld door Cees Klop de gestencilde Nederlandstalige tweedelige “Rock & Roll Encyclopedie” uitgebracht. De samenstelling hiervan was grotendeels mijn werk.
Ook Alan Keen uit Londen gaf een soortgelijk werkje uit.
Eveneens in 1966 schreef ik voor het Belgische blad “Twist” een korte geschiedenis van de rock & roll.
Het waren de eerste, moeizame, pogingen om een overzicht te geven van een muzieksoort die veel uitgebreider was dan men destijds vermoedde.

De rockliefhebber in de jaren zestig was grotendeels aangewezen op gespecialiseerde tijdschriften, zoals het Engelse “Rock & Roll News” van 'Breathless' Dan Coffey en het Nederlandse “Rockville”.

De situatie veranderde in 1969, toen boeken van auteurs als Nick Cohn en Carl Belz verschenen. Hun boeken gingen veel dieper in op het verschijnsel rock, het ontstaan, de ontwikkeling, de achtergronden, de sociale betekenis etc.
De auteurs moeten zich goed ingewerkt hebben in de materie, veel speurwerk verricht hebben en veel gegevens verzameld hebben.
Een paar van de boeken wil ik hier in het kort bespreken.


“THE SOUND OF THE CITY”, door Charlie Gillett (1971).

Charlie Gillett is een Engelse discjockey (voor de BBC) en schrijft voor bladen als Record Mirror en Rolling Stone. Zijn boek is met veel kennis van zaken geschreven.
Hij wijst erop dat de kleine platenmaatschappijen veel meer bijgedragen hebben aan de rock dan grote maatschappijen als Columbia, RCA, Decca, Capitol en Mercury (de “majors”).
Vele van de kleinere labels laat hij de revue passeren, zoals Specialty, Sun, Modern, Aladdin, Ace, King, Chess, enz.

Hij onderscheidt in de beginperiode van de rock vijf stijlen:
Noordelijk type R&R met Bill Haley als bekendste voorbeeld;
New Orleans dance blues (Fats Domino, Little Richard e.a.);
Memphis Rockabilly (Elvis, Carl Perkins, Jerry Lee Lewis e.a.);
Chicago Rhythm & Blues (Chuck Berry, Bo Diddley);
Vocal groups (Platters e.d.).

Gillett wijdt veel aandacht aan de blues en de R&B, die voor het ontstaan van de rock van wezenlijke betekenis zijn geweest. Ook geeft hij enkele interessante statistiekjes over bijvoorbeeld het aantal rockplaten in de Top 10 en de platenverkoop in de jaren 1955 tot en met 1959.
Hij eindigt zijn muziekhistorie met het jaar 1969 en geeft nog een uitvoerige lijst van boeken, tijdschriften en LP's.

Het weekblad “Time” schreef over dit boek: “The Sound Of The City slaagt erin om zowel enthousiast als exact te zijn. Het is de beste geschiedenis van de rock tot nog toe gepubliceerd.”


“THE ROCKIN' FIFTIES”, door Arnold Shaw (1974).

Shaw was in de vijftiger jaren muziekuitgever en producer, later componist en muziekjournalist.>
Zijn boek behandelt alleen de vijftiger jaren, te beginnen met 1950 toen er van rock & roll nog geen sprake was, alleen van aanzetten hiertoe.

Vele anekdotes en interviews met belangrijke rockartiesten als Bo Diddley, Bill Haley, B.B. King en Jerry Wexler (van Atlantic Records) maken zijn boek bijzonder levendig en boeiend en geven een goed beeld van de jaren vijftig.
Shaw behandelt echter niet alleen de muzikale kant van het R&R-verschijnsel, maar ook de sociale kant.
Zoals bekend stuitte de R&R in de begintijd op veel weerstand van de kant van de ouders, leraren, kerkelijke leiders en autoriteiten. Velen brachten het zelfs in verband met jeugdcriminaliteit en waren van mening dat R&R een gevaar voor de jeugd betekende en verboden zou moeten worden.
Op deze beschuldigingen reageerde Mayton, medeschrijfster van “Heartbreak Hotel” en lerares in Jacksonville terecht met:
“Deze muziek is een ventiel voor de spanningen waaraan de teenagers van tegenwoordig onderworpen zijn, en niet de oorzaak van deze spanningen.”

Rock & Roll betekende niet alleen een muzikale revolutie, maar werd ook het begin van een nieuwe leefstijl, waarin jongeren meer zelfbewust werden en zich afzetten tegen de onderdrukkende en hypocriete moraal van de jaren vijftig. Zij kregen hun eigen muziek, waarin hun gevoelens tot uitdrukking werden gebracht, een eigen mode, andere opvattingen over sex en moraal, enz.
Dat de commercie hierop handig inspeelde en er munt uitsloeg, is jammer, maar dat doet aan deze revolutie niets af.

Behalve een boeken- en platenlijst bevat Shaw's boek ook een handig alfabetisch register van honderden artiestennamen en songtitels.


“THE ROCK STORY”, door Jerry Hopkins (1970) (Nederlandse vertaling).

Hopkins schreef ook een bekende biografie over Elvis.
Zijn boek wijdt slechts 3 hoofdstukken aan de rock van vóór 1960, maar deze geven wel een aardig overzicht.
Het tweede deel van zijn boek bestaat uit 'inside' verhalen uit de latere periode van de popmuziekbusiness.
In zijn nawoord stelt Hopkins nogmaals de vraag “Wat is Rock & Roll?” en haalt Bob Dylan aan die zingt: “Het antwoord, beste vriend, waait met de wind mee”.
Kortom, er is geen afdoend antwoord of definitie te geven.
Het boek graaft minder diep dan beide voorgaande en is voor liefhebbers van authentieke R&R wat minder interessant. Het laat zich echter vlot lezen.


“THE ROLLING STONE ILLUSTRATED HISTORY OF ROCK & ROLL”, samengesteld door Jim Miller (1976).

Dit boek heeft een andere opzet dan de voorgaande drie. Het is een bundeling van artikelen die verschenen in het bekende Amerikaanse muziektijdschrift “Rolling Stone” en is geschreven door verschillende auteurs.

Het eerste deel (25 hoofdstukken) behandelt de periode vóór de “Britse invasie” en is voor lezers van R&S dus het meest interessant.
Muziekdeskundigen als Peter Guralnick, Greg Shaw, Jim Miller e.a. nemen ieder een aantal hoofdstukken voor hun rekening.
Er zijn hoofdstukken die een bepaalde artiest (Elvis, Fats, Jerry, Little etc.) behandelen terwijl de overige een bepaalde muzieksoort of stroming (New Orleans Sound, Rockabilly, Doo-Wop, instrumentale groepen, enz.) behandelen.

Het boek geeft zodoende een goed overzicht van de verschillende muzikale aspecten van de rock.
Aan het eind van ieder hoofdstuk staat een lijst van platen van de betreffende artiest of muzieksoort, voor zover ze te vinden zijn in de Amerikaanse hitlijsten van die tijd.

Het eerste hoofdstuk, “Het begin van de rock”, bevat alle nummer één hits van 1950 tot en met 1956, verdeeld in Pop, R&B en C&W. Deze drie gebieden waren altijd streng van elkaar gescheiden (ten gevolge van de rassenscheiding) en dat veranderde pas in 1956, toen nummers als “Blue Suede Shoes” (Carl Perkins) en “Heartbreak Hotel” (Elvis) hoog in alle drie hitlijsten prijkten.
Dat was een van de muzikale doorbraken die de rock teweeg bracht.
Ieder hoofdstuk is verlucht met vaak onbekende foto's.

Vele andere boeken zijn er over de rock verschenen. Ik noem er tot slot nog een paar die ik zelf (nog) niet bezit, maar die wel gelden als belangwekkend of interessant.

“POP FROM THE BEGINNING”, door Nick Cohn (1969).
Laterere drukken onder de titel: “A WOPBOP ALOOBOP ALOP BAMBOOM”.

“THE STORY OF ROCK”, door Carl Belz (1969).

“MYSTERY TRAIN”, door Greil Marcus (1975).

“HONKERS AND SHOUTERS”, door Arnold Shaw (1978).

“WALKING TO NEW ORLEANS”, door John Broven (1974).

Walking To New Orleans

Het is te verwachten dat het laatste woord over de rock nog niet is geschreven en dat dit tijdverschijnsel vele muziekjournalisten, historici, psychologen en sociologen nog lange tijd zal bezig houden.

Ik eindig met een citaat van “Rolling Stone” auteur Jim Miller, uit 1976:
“En de rock leeft verder, ook wanneer het 'gouden tijdperk' voorbij is. De betovering en de legenden van de rock worden nu zorgvuldig bewaard en met berekenende vooruitziende blik opnieuw geschapen. Geheimen blijven er slechts weinig over, en dat kan de oorzaak zijn waarom deze muziek niet meer zo fascineert als destijds.
Eerst wisten weinig mensen wie Mick Jagger was of hoe Elvis Presley zijn eerste songs opnam. Nu is dat algemeen bekend.”

Sef Kicken (1984)