Lights Out & Dr. John

Als tijdens een gesprek iemand een keer de naam Dr. John laat vallen, is dat aanleiding om spontaan een aantal artiesten uit het rock & roll-tijdperk op tafel te leggen.
Letterlijk voor wat hun platen betreft, en figuurlijk voor wat hun onderlinge samenhang betreft.

Zo komt er allereerst een verzamel-LP van het Engelse Ace-label uit de kast.
Daarnaast een single van Jerry Byrne op het Specialty label, een LP van Huey “Piano” Smith, een van Frankie Ford, een van Professor Longhair en een van Ronnie Barron.
Na wat speurwerk blijken ze allemaal iets met elkaar te maken te hebben.

Jerry Byrne was het antwoord van het Specialty label uit New Orleans op de blanke Elvis Presley met de “zwarte” stem van het SUN-label uit Memphis.

Het Specialty-label was eigenlijk een “zwart” label, met artiesten als Little Richard, Lloyd Price en Larry Williams.
Met de blanke Jerry Byrne wilde Specialty laten zien dat wat SUN kon, zij beter konden.
Er waren in New Orleans méér blanken met een zwarte stem dan in Memphis, meende Specialty.

Het eerste nummer dat Jerry Byrne in 1956 opnam was “Lights Out”, een uitzonderlijk sterk rock & roll nummer.
Het boek “Walking to New Orleans” van John Broven, uitgegeven in 1974, zegt er dit over:
“Lights Out is rightly recognised as a rock & roll classic and contains all the power, energy and excitement that is the very essence of rock & roll.”

Volgens Specialty was Lights Out het meest succesvolle nummer dat toen ooit in New Orleans was opgenomen.
Als we op het label van de plaat kijken, dan staan daar als auteurs van het nummer: S. Davis en M. Rebennac.
Mac Rebennac is de ware naam van Dr. John.

Van Jerry Byrne zijn nog twee andere singles uitgebracht op Specialty.
Een daarvan bevat het nummer Carry On, ook een sterk rockend nummer, maar minder succesvol dan Lights Out.
Carry On is geschreven door: Mac Rebennac.

En daar blijft het niet bij, ook Why Did I Ever Say Goodbye en Raining zijn composities van Mac Rebennac, die toen 15 jaar oud geweest moet zijn.
Op drie singles van Jerry Byrne staan dus vier composities van Mac Rebennac. Dat is wel een beetje toevallig.

Van Jerry Byrne is na de drie singles op Specialty nooit meer iets vernomen. Voor zover ik weet tenminste.
Toch klinkt zijn stem te goed en te professioneel om zomaar in de obscuriteit te verdwijnen.
Ik vraag me wel eens af of achter de naam Jerry Byrne geen andere, bekendere artiest schuilgaat.
Ook de pianist die de opzwepende solo's speelt was lang een onbekende.

Op de verzamel-LP “The Ace Story Volume One” op het Engelse Ace-label staat de eerste eigen opname van Mac Rebennac: Storm Warning.
Het geluid van Storm Warning, een instrumentaal nummer, lijkt veel op dat van Raining van Jerry Byrne.

Het zou kunnen zijn dat Mac Rebennac niet alleen beide nummers heeft geschreven, maar dat ook zijn band heeft meegespeeld op de Jerry Byrne singles.
Of ook Mac Rebennac de zanger en/of de pianist is op de Byrne opnamen, is de vraag.

De stem van Jerry Byrne is een kruising tussen die van Cliff Richard en die van Little Richard op hun hoogtepunt.
De stem van Dr. John lijkt al in de zeventiger jaren op die van Herman Brood in zijn laatste jaren.
En Mac's stem is er sindsdien niet beter op geworden.
Vergelijkingen met zijn vroegste periode zijn dus moeilijk.
De snelle nummers Lights Out en Carry On zijn a-typisch voor Dr. John, maar de langzamere nummers van Byrne hebben wel een beetje het zeurderige van de latere Rebennac.

In het boek Walking T o New Orleans staat een foto, gemaakt in 1958, van Mac Rebennac en zijn band.
De zanger op de foto zou Jerry Byrne zijn.
(De jonge Rebennac lijkt er trouwens een beetje op een jonge Paul McCartney.)

De foto sluit aan bij de hoestekst van de Ace verzamelplaat, waarop staat dat Mac Rebennac op jonge leeftijd een highschoolband genaamd “The Spades” oprichtte, en dat Jerry Byrne daarin als zanger meedeed.

Toch sluit ik nog steeds niet uit dat Rebennac die naam als pseudoniem heeft gebruikt voor zichzelf en zijn band voor de Specialty uitgaven.

Mac Rebennac was naast componist ook producer en tevens sessiemuzikant voor het Ace label.
Johnny Vincent, de eigenaar van het Ace label, dat in 1955 is opgericht, had daarvoor jaren gewerkt bij het Specialty label.
Bijna alle plaatopnamen van heel New Orleans werden bij een en dezelfde opnamestudio gemaakt: die van Cosimo Matassa, kortweg Cosimo's.
En heel vaak werden dezelfde sessiemuzikanten gebruikt, waaronder dus Mac Rebennac.
Vandaar dat het geluid van veel New Orleans opnamen uit die tijd op elkaar lijkt.

Een andere sessiemuzikant was de pianist Huey (“Piano”) Smith.
Diens pianostijl was sterk beïnvloed door die van Professor Longhair, maar hij ontwikkelde een heel eigen, aparte en vrolijke stijl toen hij voor Ace opnamen ging maken met zijn band The Clowns.
Niet lang daarna gaf hij de brui aan het muziekmaken en werd hij Jehova Getuige.

Frankie Ford had in 1959 een gigantische hit met het nummer Sea Cruise. Het was oorspronkelijk een demo-opname van Huey Smith, maar Johnny Vincent verving diens stem door die van Frankie Ford en voegde er geluidseffecten zoals het geluid van een scheepshoorn aan toe.
Mac Rebennack was tegen die geluidseffecten maar zou later erkennen het mis gehad te hebben, gezien het grote succes van het nummer.

Op de Ace Story Volume One staat ook een nummer getiteld Morgus The Magnificent.
Het nummer (uit 1959) is muzikaal gezien heel sterk en opnametechnisch briljant.
Het pseudoniem Morgus & The Three Ghouls verbergt de ware namen van Frankie Ford, Mac Rebennack en Jerry Byrne met de begeleidingsband van Huey Smith!
Je zou dus kunnen spreken van een “All Star band”.

Dan gaan we van 1959 naar 1983.
In 1983 verschijnt er een LP van een volslagen onbekende zanger/pianist, genaamd Ronnie Barron.
De LP, “Bon Ton Roulette”, is weer uitgebracht door het Engelse Ace-label en de opnamen stammen ook uit 1983.

Ronnie Barron

Het opvallende aan de plaat is dat twee van de tien nummers die erop staan, bijzonder sterke uitvoeringen zijn van de twee beste nummers van Jerry Byrne: Lights Out en Carry On.
Nummers die dus geschreven zijn door Mac Rebennac.
Verder staan er nog minstens vier andere nummers op die ook iets met het Specialty label te maken hebben:
Cha Dooky-Doo van Art Neville, Boney Moronie van Larry Williams, Pixie van James Booker en Bon Ton Roule van Clarence Garlow.
Zou Ronnie Barron misschien dezelfde kunnen zijn als Jerry Byrne?
Uit de manier waarop Lights Out en Carry On klinken, blijkt duidelijk dat Ronnie Barron een grote betrokkenheid moet hebben met de oorspronkelijke opnamen.
Een mogelijkheid zou zijn dat hij de pianist is geweest op die opnamen.

In het boek van John Broven vertelt Harold Battiste, de kantoorchef van Specialty, dat het Art Neville (niet te verwarren met Aaron Neville) is die de opwindende piano speelt in Lights Out.

Maar het pianowerk van Jerry Byrne's Carry On en de versie op de LP van Ronnie Barron zijn zo identiek, dat het wel bijna om dezelfde pianist moet gaan.

Een groot deel van het mysterie van Ronnie Barron wordt op de achterkant van de hoes onthuld:

“Ronnie Barron zong en speelde al piano op twaalfjarige leeftijd in een nachtclub annex casino annex bordeel waar ook Professor Longhair (schrijver van o.a. Tipitina) regelmatig te zien was.
Ronnie spijbelde een keer van school om naar de Specialty opnamestudio in New Orleans te gaan.
In die studio ontmoette hij Malcolm (Mac) Rebennack, die hem toen uitnodigde als pianist mee te spelen in zijn band The Skyliners.
De twee hebben sinds die tijd een blijvende band met elkaar.
Ronnie is in de band van Dr. John gebleven tot aan 1968, maar heeft daarna nog aan veel platen van Mac Rebennac meegewerkt.”
Bij de “special thanks” op de hoes komt de naam Rebennac trouwens niet voor.

Gelukkig heeft Ronnie Barron, die van Italiaanse afkomst is, er een betere levenswijze op nagehouden dan Dr. John, want zijn zang en pianospel zijn honderd maal krachtiger dan die van de “Nighttripper” zelf.

Andere cover-versies van Lights Out

Een van de weinige zangers die het nummer Lights Out op acceptabele wijze hebben weten te kopiëren, is Shakin' Stevens met zijn band The Sunsets.
Zijn versie, geproduceerd door Dave Edmunds in 1970, is te vinden op Stevens' allereerste LP “A Legend”.
Op de hoes en het label wordt de naam van de schrijver op een rare manier verhaspeld tot “Redernnach”.

De versie van The Houseshakers op hun LP Demolition Rock uit 1972 laat horen hoe moeilijk het nummer te kopiëren is.
En zij komen met een heel ander schrijversduo van het nummer aanzetten: Douglass-Sparkler. De bedoeling daarvan is niet duidelijk.

Tot slot de Finse opname van The Pirates (Mick Green, John Gustafsson en Frank Farley) die er in 1983 een hardrock-nummer van hebben gemaakt, maar die wel de correcte auteurs vermelden.
In elk geval Mick Green heeft ook in The Pirates van Johnny Kidd gespeeld.

Opmerkingen:
1. Volgens andere bronnen zou Lights Out in 1958 zijn opgenomen.
2. Frankie Ford zou een tweede neef van Mac Rebennac zijn.
3. Rebennac zou ooit hebben verklaard dat Jerry Byrne in moeilijkheden was geraakt en daarom van het toneel moest verdwijnen.