Analoog vs Digitaal (2)

Bedotten

Van een muziek-CD zou men kunnen zeggen: het lijkt op muziek wat er op staat maar dat is het in werkelijkheid niet.
Die stelling is makkelijk te onderbouwen. Immers, de muziek wordt eerst omgezet in getallen en vervolgens worden die getallen gebruikt als basis voor het opwekken van iets dat op de oorspronkelijke muziek lijkt.
Maar het originale signaal zelf is absoluut nergens meer te bekennen.
We laten ons dus behoorlijk bedotten.

Bij de analoge methode ligt dat duidelijk anders. De muziek blijft het hele traject door (van microfoon naar plaat en naar luidspreker) de oorspronkelijke vorm behouden.
Het enige raadselachtige en magische in het geheel blijft het feit dat het geluid zo wondermooi behouden blijft in een minuscuul kronkelpaadje (de groef) op de plaat.
Dat systeem van vastleggen van geluid is dan ook per toeval ontstaan en niet, zoals bij de CD, op de tekentafel en in het laboratorium ontwikkeld.

Wat echte muziekliefhebbers altijd al hebben beweerd, wordt nu eindelijk ook ronduit toegegeven door de technici van Philips die de CD hebben uitgevonden: het geluid van een CD is miserabel en het analoge geluid van de LP is superieur.
De technici die destijds dachten dat men wel dingen uit de muziek kon weglaten en dat een bemonsteringsfrequentie van 44.000 Hz ruim voldoende was, geven nu toe dat men zich vergist heeft.

Alternatieven

Dat Philipsmensen nu hun vergissingen durven toegeven, is natuurlijk niet zonder reden: er zijn inmiddels betere alternatieven en de CD wordt al min of meer als afgedaan beschouwd.
Door toe te geven dat het geluid van de CD waardeloos is, probeert men weer hetzelfde trucje uit te halen als aan het begin van de jaren tachtig: mensen over te halen om hun huidige collectie af te danken en alle muziek die men heeft weer op een nieuw medium aan te schaffen.

Dat nieuwe medium is nu de Audio-DVD of de Super-Audio-CD (SAC).
Er is nog altijd een strijd tussen die twee en het is ongewis of een van beide het wel zal winnen.

Bovendien zullen ook die twee CD-systemen (de basis blijft nog steeds het “ouderwetse” CD-schijfje) binnen niet al te lange tijd weer vervangen worden door een techniek met nóg weer meer capaciteit, snelheid en kwaliteit.

Snelheid

Omdat er bij de digitale techniek erg veel moet worden gerekend, kost dat rekenen altijd een beetje tijd. Bij de (radio)omroep en bij digitaal telefoonverkeer heeft men daar veel last van. Analoge signalen die niet hoeven te worden omgezet zijn veel sneller dan digitale die steeds gecodeerd en gedecodeerd moeten worden.
Een radiozender die een analoog signaal uitzendt, loopt soms wel meer dan een seconde voor op een zender die hetzelfde programma digitaal uitzendt.

Ik kan het niet wetenschappelijk onderbouwen, maar ik veronderstel dat er ook in digitale muziek “timing”-problemen zullen zijn.
Bij complexere muziek zal er meer gerekend moeten worden dan bij minder complexe muziek. Een groot orkest met veel dynamiek geeft andere digitale getallen dan een strakke 1000 Hz toon van bijvoorbeeld een fluit of een keyboard.
Misschien worden er technieken gebruikt om die onderlinge snelheidsverschillen te egaliseren, anders zou dat wel eens erg nadelig op de muziek kunnen werken. Ik denk dan aan een mate van diffusie.

“Mijn oren zijn niet getraind genoeg”

Vaak denken mensen dat hun oren niet gevoelig genoeg zijn om het verschil tussen een langspeelplaat en een CD te kunnen horen. Maar dat is meestal onzin.

De makkelijkste manier om het verschil te horen is wanneer een CD-speler en een platenspeler gelijktijdig zijn aangesloten op dezelfde versterker en wanneer men dezelfde opnamen op LP en op CD heeft.
Met een beetje oefenen kan men beide apparaten gelijktijdig starten, zodat de muziek enigszins synchroon loopt.
Met een eventueel mengpaneel kan men de sterkte van beide bronnen op hetzelfde niveau brengen. Dat vergemakkelijkt het beoordelen.
Zonder mengpaneel gaat het echter ook.
Door regelmatig over te schakelen van de ene naar de andere bron (LP en CD) kan men in veel gevallen een duidelijk verschil horen ten gunste van de plaat.

Hier horen wel enkele kanttekeningen bij.
De LP moet een goede en authentieke persing zijn, de LP moet in goede staat zijn, de platenspeler moet van goede kwaliteit zijn en vooral de naald van de platenspeler moet in orde (liefst nieuw) zijn.

Verder is het verschil het duidelijkst te horen als het om vijftiger en zestiger jaren muziek gaat. Muziek die zonder veel poespas is opgenomen en waar een maximum aan sfeer en dynamiek in zit.
LP's waarvan de originele muziek al “digitaal geremasterd” is, zijn dus niet bruikbaar, en het vergelijken van muziek die al volledig digitaal is opgenomen heeft nog minder zin.