Van Mono naar Stereo (1)

Livng Stereo

[12 november 2007]

Zaterdagnacht, “Radio 1 Nachtdienst”.
In het programma komt er een beller aan bod met een interessante vraag: “Hoe kan het dat oude mono-platen uit de zestiger jaren nu in stereo op CD verschijnen?”
De vraagsteller geeft als toelichting dat er toen nog helemaal geen stereo bestond en dat hij zich afvraagt hoe men van die oude mono-opnamen nu ineens stereo-muziek heeft weten te maken.
In het gesprek met presentator Martijn Rosdorf, laat die laatste blijken ook niet veel kaas gegeten te hebben van de materie Mono & Stereo. Ook hij denkt dat er in de zestiger jaren nog geen stereo bestond en ook hij komt met het irritante fabeltje dat The Beatles een grote rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van stereo en de meersporen-opnametechniek. Ook weet Martijn - net als vele anderen - niet precies wat stereo voorstelt. Hij heeft het over 'diepte in het geluid'.

Alle genoemde feiten zijn dus onjuist. De zestiger jaren, “The Sixties”, is de bloeiperiode van stereo. The Beatles hebben helemaal níets van doen gehad met de ontwikkeling van stereo. Stereo is geen diepte-effect, maar eerder een breedte-effect.

Er komen later drie mensen in de uitzending met een antwoord op de gestelde vraag. Althans meer dan deze drie heb ik niet gehoord, de uitzending duurt bijna de hele nacht. De eerste beller is Ruud de Jong die een eigen band heeft. Hij betoogt dat er al in de vijftiger jaren stereoplaten werden uitgebracht, en zet daarmee dus één onjuistheid recht. Ook weet hij precies wat stereo is, en dat er op huidige mengtafels een speciale knop zit met de naam “panorama”, afgekort “pan”. Toen er nog geen mengtafels waren, ging het maken van stereo-opnamen iets lastiger.
Het verhaal van Ruud komt niet erg goed uit de verf. Direct erna komt er een Beatles-fanaat aan het woord, die de stelling van de presentator over de Beatles maar deels wil onderschrijven, maar die wel alles vanuit het perspectief van zijn Beatles-voorliefde bekijkt.
Het is interessant wat hij betoogt, maar hij geeft niet echt antwoord op de vraag.
De derde reactie is van iemand die, gezien zijn muzieksmaak, van de zeventiger jaren-generatie is. Hij heeft een (soms ietwat technisch) verhaal over de computer en software die mono-opnamen kan veranderen in stereo-opnamen.

Speciaal voor dit artikel heb ik nog eens goed naar Beatles-opnamen geluisterd. En nu snap ik misschien wel hoe sommige misverstanden zijn ontstaan. Vooral in de begintijd hebben de bandleden zelf geen invloed gehad op de techniek, dat is een zaak geweest van de opnamestudio en van de technici. In het behoudende Engeland loopt men niet voorop als het om nieuwe technieken gaat. Zo heeft men er bijv. nog tot 1962 78-toerenplaten gemaakt! Zo verging het ook stereo en stereo-apparatuur. Mono was toch goed genoeg? Maar de studio's konden al wel stereo opnemen, en deden dat ook vaak wel.
Bij de Beatles is het duidelijk dat men in de studio nog nauwelijks idee heeft hoe stereogeluid moet klinken. Het is zó slecht en wisselvallig, dat het gewoon opvalt. De ene keer is een nummer op twee afzonderlijke sporen opgenomen, waardoor bijv. alleen de drummer links te horen is en de rest rechts en is het in het midden helemaal stil. De andere keer zit er rechts niets maar komt alle geluid links van het midden. Kortom: puinhoop, en van echt stereo is dan ook nog geen sprake. Zelfs bij de 'goede' stereonummers, waarbij het geluid over de gehele breedte verspreid is, zijn de afzonderlijke instrumenten en stemmen niet goed te definiëren.
Dat is waarschijnlijk de reden dat men denkt dat de Beatles pioniers op dat gebied zijn. In werkelijkheid lopen de Beatles hopeloos achter als het om stereo en de geluidskwaliteit gaat.

Audio Fidelity LP

Alle grote studio's, vooral in Amerika, beginnen al in 1955 met het uitbrengen van stereoplaten. En in 1960 zijn bijvoorbeeld RCA LP's het summum op het gebied van Hi-Fi Stereo-geluid! En ook in Engeland worden dan al - zij het mondjesmaat - stereoplaten uitgebracht. Ik heb een Engelse persing van een Amerikaanse Floyd Cramer LP uit 1963 die waarlijk briljant klinkt!
Zoals ik al zei is stereo bedoeld om het 'geluidsbeeld' breder te maken, om elk instrument zijn eigen plek te geven. Het heeft dus niets met kwaliteit op zich te maken, stereo gaat zelfs ten koste van de dynamiek. Persoonlijk luister ik dan meestal ook liever naar een goede mono-persing dan dezelfde in stereo.

Nu terug naar de vraag van de beller, hoe kan het dat oude monoplaten op CD ineens stereo geworden zijn?
Ten eerste kan dat natuurlijk als de muziek al op meer sporen staat. Praktisch alle zestiger jaren-muziek is meerkanaals opgenomen. En bij het uitbrengen van een CD gaat men niet uit van de LP maar van de bron, de onbewerkte opnamen op band.
Soms zijn tweesporen-opnamen nooit bedoeld geweest om er stereo van te maken, en dan hoor je op de CD ook alleen maar links en rechts muziek en niets in het midden. Men zou dat 'duophonic' kunnen noemen.
Natuurlijk zijn er ook veel (vooral oudere) opnamen die alleen in mono zijn opgenomen. In de zestiger jaren vindt 'men' echter dat mono ineens inferieur is en dat álles stereo moet klinken. Wat dat tot gevolg heeft gehad, beschrijf ik in deel 2.